What goes around comes around

november 9, 2009 at 4:51 pm (Eten en diëten, Hersenspinsels) (, , , , , , )

Ik geloof in karma. Het is een beetje zoals in dat liedje van Sinterklaas: “Wie goed is krijgt lekkers, wie stout is de roe.” Ik weet eigenlijk niet wat een roe is, misschien is dat wel een heerlijk stuk taart, dus dan gaat de vergelijking niet op. Maar ik ben te lui om de betekenis op te zoeken, en ik denk dat Sinterklaas ook in karma gelooft. Dus neem het nu maar gewoon van mij en die brave oude man aan. De basisbetekenis van karma is simpel: alles wat je doet, zegt of denkt komt naar je terug. Als je een goede daad verricht zal je daarvoor beloond worden door het universum. Als je iets slechts doet, zal je gestraft worden. Easy peasy.

Een paar voorbeeldjes. Daarnet stuurde ik een foto van een dikke eclair naar mijn collega die samen met mij op dieet is. Dat mag natuurlijk helemaal niet, ik mag ons niet op het verkeerde spoor brengen. Resultaat: de foto was te groot om te openen en haar computer is gecrasht. Ik voelde me schuldig en ben nu al uren met een knorrende maag aan het denken aan taart en roomsoezen. Karma! Twee weken geleden zag ik onderweg met de scooter iemand die ik niet wou zien, ik draaide bewust mijn hoofd zodat ik niet zou moeten stoppen. Drie minuten later reed iemand mij aan, en was mijn scooter kapot. Dat was wel geen evenredige straf, want de rotzak was enorm in de fout, gaf achteraf verkeerde contactgegevens door en bezorgde mij veel tranen, een dikke rekening bij de garage en een trauma van jewelste. Maar ik probeer het mij niet aan te trekken, omdat ik weet dat die man nu enorm veel slechte karma naar buiten gestuurd heeft en die uiteindelijk dus ook wel zal terugkrijgen.

De twee voorbeeldjes hierboven zijn nu toevallig twee zaken waarin ik de schuldige was. Maar het omgekeerde is natuurlijk ook waar. Als je écht gelooft in karma, zoals ik dat doe, begin je vanzelf beter te leven. Je probeert zo veel mogelijk goede dingen te doen voor jezelf en de buitenwereld, omdat je weet dat je beloond zal worden. Soms is het goede gevoel achteraf al een beloning op zich. Je roddelt minder, want je wil toch niet dat er ook over jou geroddeld wordt? Je probeert minder snel mensen te veroordelen, want je wil zelf niet veroordeeld worden. Redelijk egoïstisch, maar als dat de wereld een leukere plek maakt, why not? Als je je aan de basisbeginselen houdt, word je ook rustiger. Als iemand je bewust kwetst, raakt het je minder. Je geeft het over aan het universum en dat zal wel bepalen wat de gevolgen zijn.

Er gebeuren natuurlijk ook slechte dingen met mensen die het absoluut niet verdiend hebben. Mensen die ziek worden hebben daar niet om gevraagd. Huizen en levens kunnen verloren gaan door natuurkrachten die sterker zijn dan de wil van de mens. En af en toe voel je je gewoon rottig omdat je PMS hebt. Soms is het leven gewoon een dikke hoop stront, en kan je daar helemaal niets aan doen. Maar vaak krijg je kleine cadeautjes van het universum, of een waarschuwing dat je je beter moet gedragen. En wie wil er nu op een slecht blaadje staan bij het universum? Daar haalt Sinterklaas zijn informatie, en blijkbaar is die roe echt niet leuk…

Permalink 1 Reactie

Stinkfruit voor in je stinkschoentje

oktober 27, 2009 at 8:58 pm (Eten en diëten, Frustraties, Slechte dag) (, , , , )

Sinterklaas komt eraan, en dat kan je ruiken. De constante stroom van folders van speelgoedwinkels, zeurende en verwende kinderen die met hun snotterige neusjes tegen vitrines staan geplakt, de verleiding van koekjes en chocola die op straat uitgedeeld worden,… Dat vind ik allemaal niet erg! Ik vind die hele fantasiewereld wel leuk, en ga er ook gewillig in mee. Dit jaar zetten mijn vriend en ik ook onze schoen, en hem kennende zal ik er op 6 december een lief cadeautje in vinden. Dus ik ben niet tegen Sinterklaas. Ik zal je zeggen waar ik wél tegen ben. Tegen mandarijntjes. Ik haat mandarijntjes. Het zijn kleine, zure stinkbollen en ik snap niet hoe iemand zoiets in zijn mond kan verdragen.

Wat mij het meest stoort, is dat mensen de vreemdste momenten uitkiezen om zo’n vieze oranje stinkerds op te eten. Ze eten ze niet tijdens een gezellige picknick in het park. Ze eten ze niet als de wind door hun haren blaast op een mooie dag op het strand. Ze eten ze niet bij een barbecue in de tuin. Ze eten ze kortom niet als er frisse lucht aanwezig is. Neen, mandarijntjeslovers verorberen hun lievelingsvrucht het liefst op plekken waar zo veel mogelijk mensen op een zo klein mogelijke oppervlakte zitten of staan. In de trein naar huis op het spitsuur, wanneer de meeste mensen al op het randje van agressief zijn omdat ze zo dicht bij elkaar moeten zitten. Of in een overvolle lift, wanneer je net langs elke verdieping halte moet maken. En ze weten dat het ergerlijk is, dat zie je aan de schuldige blik in hun ogen als ze zien hoe de mensen rondom hen hun neus ophalen. Ze weten dat ze zorgen voor een onuitstaanbare geur, en kijken daarom enorm verdrietig. Of misschien zien ze er zo down uit omdat ze beseffen dat hun stinkende handen hen uren later nog zullen herinneren aan hun muffende fruitige tussendoortje.

Dus dit is een oproep voor de hele wereldbol: gelieve vanaf nu in het openbaar alleen nog maar welriekend voedsel te eten. Aardbeien, vers brood, zelfgebakken cake, vanillepap, gebraden kip,… Allemaal toegestaan! Maar mandarijntjes, zuurkool, stinkkaas (geef toe, de naam zegt het zelf), rijstkoeken, ingewanden,… Hou die maar voor een eenzaam avondje voor de tv, als je tijdens het eten en achteraf geen contact meer moet hebben met mensen met een goed functionerend reukorgaan. De firma dankt u.

Permalink 1 Reactie

Ritueel bibberen

oktober 20, 2009 at 5:04 pm (Frustraties, Ik ben) (, , , )

Ik heb het koud. Iedereen heeft het steeds maar over de opwarming van de aarde, maar daar voel ik momenteel toch bitter weinig van. Als het dan toch warmer wordt, waarom voel ik dan de nood om mij ’s ochtends aan te kleden als een Eskimo? Hoewel, waarschijnlijk is het in een iglo nog warmer dan in ons appartement. Ik heb al spijt van de afspraak die ik met mijn vriend gemaakt heb: de verwarming mag pas aan als het uur veranderd is. Dus ik moet nog een paar dagen zien te overleven. Niet alleen ’s ochtends zie ik af, ook de avonden zijn geen pretje. Volgens mij sluipt er iemand elke dag mijn woonst binnen, en steekt die iemand mijn dekens in de diepvriezer. En haalt ze er dan uren later weer uit, net voor ik moet gaan slapen. Gewoon om mij te pesten. Gelukkig kan ik mij telkens warmen aan mijn vriend en aan het vooruitzicht van de volgende ochtend. Want van 7u28 tot 7u37… Dat zijn de leukste minuten van de dag.

Iedereen heeft een ochtendritueel. Sommige mensen timen alles, anderen willen een vaste volgorde in alles wat ze doen. Zo ben ik ook. Ik moet mij eerst wassen en dan pas mijn tanden poetsen. Ik mag er niet aan denken om eerst mijn tanden te poetsen, dat is gewoon niet logisch in mijn routine. Ik hou heel erg vast aan mijn volgorde. Om 6u56 gaat mijn eerste wekker af op mijn nachttafeltje. Vier minuten later gaat het signaal van mijn andere wekker, die op een tafel aan de andere kant van de kamer staat. Zo word ik gedwongen om recht te staan, dat helpt me om beter wakker te worden. Ik neem dat wekkertje mee terug naar bed, laat het nog twee keer afgaan, telkens met tien minuten tussen. Het gaat dus de laatste keer af om 7u20. Vijf minuten later klinkt het laatste alarm: mijn gsm. Als die begint te krijsen, weet ik dat ik écht moet opstaan. Ik zet mij recht, en staar nog een paar minuten om me heen om te wennen aan het idee “opstaan”. Dan rol ik uit bed en kruip ik twee meter verder, naar de badkamer. Daar staat mijn trouwste vriend op me te wachten: mijn klein elektrisch vuurtje. Ik rol me helemaal in een bolletje, leun tegen de deur van mijn badkamerkastje, en kruip dan negen minuten lang weg in mijn warme wereld. Pas daarna kan mijn dag echt beginnen. En tijdens die negen minuten mag ik niet gestoord worden, dat weet iedereen die mij een beetje kent. Die minuten zijn bepalend voor de rest van de dag. Misschien is het bijgeloof, maar dagen waarop ik om de een of andere reden niet voor mijn vuurtje kan zitten, lopen meestal niet goed af…

Dus dit is mijn actieplan om de koude dagen door te komen: ik sta mezelf toe om 15 minuten voor mijn vuurtje te zitten. Of 20. Of waarom niet meteen een half uur?! Drastische tijden vragen om drastische vuurtjesminuten. En de rest van de tijd zal ik moeten aftellen tot zaterdag, want dan mag de verwarming op. Die avond is toevallig ook onze housewarming party. Ik waarschuw iedereen die uitgenodigd is nu al: ik ga de verwarming zo hard zetten dat jullie denken dat jullie op een beachparty in Egypte zijn. Mwoehahaha!

Permalink Laat een reactie achter

Scherpenheuvel

oktober 18, 2009 at 6:55 pm (Goede dag, Sporten) (, , )

Ik heb het gehaald. Veertig kilometer. Trots, maar kapot. Typen doet pijn, dus later meer…

Permalink Laat een reactie achter

Pelgrim voor een dag

oktober 16, 2009 at 12:12 pm (Goede dag, Sporten) (, , , )

Morgen ga ik mijn grenzen verleggen. Ik ga met mijn vrienden naar Scherpenheuvel stappen. Een afstand van 40 kilometer. Vraag mij niet hoe, wanneer, waar of waarom, want ik weet het niet. Ik weet niet hoe, want ik heb er helemaal de conditie niet voor. Ik weet niet wanneer, want ik kan totaal niet inschatten of we er acht, tien of twaalf uur over zullen doen. Ik weet niet waar, want ik heb geen oriëntatievermogen en heb de routeplanning dus overgelaten aan een medestapper. En ik weet al helemaal niet waarom. Het is een goed voorbeeld van een idee dat ontstaat in een gekke bui op café en dan later toch weer boven water komt.

Het is allemaal mijn eigen schuld. Ik vertelde mijn vrienden een aantal weken geleden, tijdens een gezellig avond op een terrasje, het verhaal van een ex-medestudent die te voet op weg was naar Santiago de Compostella. Hij was helemaal alleen op stap, en via Facebook konden de geïnteresseerden zijn tocht volgen. Ik was daar danig van onder de indruk, en deelde mijn bewondering met mijn maatjes. Ik droom al lang van zo’n grote pelgrimstocht, maar voor zoiets heb je een goede conditie, doorzettingsvermogen, geld en heel veel vakantiedagen nodig. Met die doorzetting zit het wel snor, maar mijn conditie is nog in de opbouwende fase (hoera voor eufemismen) en mijn geld en vakantiedagen zijn op. En toen zei iemand: “Waarom gaan we niet gewoon om te oefenen al eens naar Scherpenheuvel?”

Het voorstel werd eerst wat weggelachen. Dat zouden we toch nooit kunnen, zo’n afstand op één dag wandelen? Of toch? Misschien was het wél haalbaar, met een goed plan en een strakke voorbereiding? En we zijn toch helemaal niet gelovig, waarom dan juist Scherpenheuvel? Of kunnen we dat gewoon als een symbolische plek zien? Beetje bij beetje werd het plan concreter. Gedreven door enthousiasme (en alcohol?) namen we onze agenda’s erbij en legden we een datum vast. Achteraf werd de datum naar achter verzet, omdat we toch wat meer voorbereidingstijd nodig hadden. En je weet wat ze zeggen, uitstel is meestal afstel.

Maar nu, een paar weken later, is het toch zover. Morgen vertrekken we om 9 uur ’s ochtends, gewapend met een rugzakje vol graanrepen, extra kousen, water en pleisters voor op de blaren. We hebben zelfs een heuse volgauto, die ons kan voorzien van extra water en aanmoedigingen. Maar ergens in mij zegt een klein stemmetje dat die volgauto ook wel handig kan zijn als ik het niet meer zie zitten. Ik wil mijn best doen, maar ik wil ook realistisch blijven. En ik wil vooral ook plezier hebben, dus daarom heb ik mezelf beloofd dat het geen schande is om op te geven. Het is niet erg als ik na drie kilometer al aan de kant van de weg lig te wenen, want het is maar voor de lol! En als ik het wonder boven wonder toch zou halen, dan brand ik een kaarsje voor mezelf. Dat heb ik dan wel verdiend. Wish me luck…

Permalink Laat een reactie achter

A pumpkin a day keeps the stress away?

oktober 11, 2009 at 7:30 pm (Eten en diëten, Frustraties, Goede dag) (, , , , )

Vandaag heb ik een goede raad voor iedereen die vier uur en veel frustraties op overschot heeft. En mijn goede raad telt maar een woord: pompoensoep.

Vorige week besloot ik dat mijn leven te druk is, en dat ik even een pauze moest nemen om de nakende krankzinnigheid en huilbuien te vermijden. Minder dan een minuut na dat besluit lag mijn verloffiche voor komende maandag al op het bureau van mijn baas. Nog een aantal minuten later danste ik door de gangen op mijn werk. Ik had een dag vrij gekregen! Ik ging een superlang weekend tegemoet. Ik had drie dagen na elkaar vrij, om te doen wat ik wou, wanneer ik het wou, met wie ik wou en hoe ik het wou. Maar eigenlijk had ik maar één doel; drie dagen lang van de wereld verdwijnen, mij opsluiten in de veilige cocon van mijn appartement en de armen van mijn vriend. Ik zou dingen doen waar ik normaalgezien geen tijd voor heb en ik zou met niets of niemand rekening moeten houden. Zalig.

Mijn eerste idee heb ik gisteren uitgevoerd. Ik heb pompoensoep gemaakt. Ik dacht dat dat een relaxerende bezigheid zou zijn. Ik word altijd rustig van groenten snijden, dat geeft mij steeds een gevoel van zen. Ik had gevraagd aan mijn vriend om voorgesneden stukken mee te brengen uit de supermarkt. Die had hij niet gevonden, dus ik stond op mijn eerste vrije dag oog in oog met iets waarvan ik toen nog niet wist dat het mijn toekomstige vijand zou worden. Een dikke, zware, harde pompoen. En omdat mijn vriend nog naar de scouts moest, liet hij mij alleen achter met het oranje gevaarte. “Geen probleem,” dacht ik, en ik haalde mijn grootste mes boven. “Een paar keer goed steken en dan valt hij wel vanzelf uit elkaar.” Neen dus. Een kwartier later was ik de wanhoop nabij en stond ik op de pompoen in te hakken als een miniatuur-Rambo. Heel mijn keuken was intussen oranje gespikkeld, en overal lagen glibberige pompoenpitjes. Tot zover mijn luie zaterdagnamiddag. Ik ben drie uur bezig geweest met het snijden (hakken als een gek) en kuisen (slijmerige pitjes die constant uit mijn handen floepten) van mijn pompoen. Na het gevecht liet ik mij in de zetel vallen. Ik was kapot. Maar ik was wel verlost van al mijn opgekropte woede, én ik had het leuke vooruitzicht van een warme kom soep voor het avondeten.

Intussen hebben we al zeker vijf grote borden op, en nog steeds is er genoeg soep over om mij morgen door mijn laatste vrije dag te slepen. Ik ga er enorm van genieten, vrij van stress en drukte. Gewoon ik, onder een dekentje voor de tv, met pitjes om heel de dag op te knabbelen. En ’s avonds een lekkere microgolfmaaltijd. Net als alle komende dagen van de week. Ik kan geen verse groenten meer zien.

Permalink Laat een reactie achter

Happy volpropdag to me!

oktober 8, 2009 at 3:12 pm (Eten en diëten) (, , , )

Gisteren had ik geen tijd om te bloggen. Ik had het ’s avonds te druk met mij een indigestie te eten. Enorme hoeveelheden kaasblokjes, chips, geitenkaas, lookbroodjes met en zonder mozzarella, cocktailworstjes, pasta, tomatensaus, geraspte kaas, wafeltjes, chocolademousse, aardbeiencrème en chocolade, en dat allemaal op twee uur tijd. Je moet het maar kunnen. Als ik gisteren een gans zou geweest zijn, zouden koks met elkaar op de vuist gegaan zijn voor mijn foie gras.

Iedereen die ooit op dieet is geweest zal het wel herkennen; als je jezelf een vrije dag geeft, loopt het vrijwel altijd uit de hand. In je hoofd heb je een ideaalbeeld opgebouwd van je lievelingsgerechten, en je hebt al een kwijlbakje nodig als je er nog maar aan denkt. Als je jezelf dan eindelijk de toestemming geeft om er ook écht van te eten, wil je een heel grote voorraad aanleggen in je maag. Je moet en zal er zo lang mogelijk van genieten, en dat gevoel ken ik als geen ander. Maar als je vier dagen later nog steeds boeren laat die ruiken en smaken naar dat pak friet, dan weet je dat je te ver gegaan bent. Maar ik veroordeel niemand, zeker niet na wat er dit jaar op mijn verjaardag gebeurd is.

Mijn verjaardag is voor mij een hoogdag, het is de enige dag van het jaar waarop ik mezelf egoïstisch kan aanbidden. Dat moet dus serieus gevierd worden, zonder dieet. Ik had voor de dag zelf en de dagen erna verlof genomen op het werk. Ik gaf mezelf carte blanche voor mijn verjaardagsweek, en maakte de weken vooraf een lijstje van alle dingen die ik wou eten. Het werd een uitgebreid lijstje van lekkernijen, ik denk er nog vaak liefdevol en hongerig aan terug. Het hoogtepunt was een etentje in de Pizza Hut met mijn vriendje en vriendenkliekje. Mijn welgemeende excuses aan de Italiaanse mama’s, maar ik vind de pizza van de Pizza Hut de beste die er bestaat. Lekker dikke en malse bodem, rijkelijk gevuld, knapperige korst,… En dan zeg ik nog niets over de kaas waar je slierten van twee meter mee kan maken. Overheerlijk. Ik voelde op die bewuste dag na het voorgerecht al dat ik eigenlijk genoeg had gegeten, maar ik kon toch niet stoppen? Niet nu het eindelijk eens mocht! Mijn maag smeekte om een pauze, maar ik weigerde te luisteren. Een uur later zat ik op mijn knieën in het Pizza Hut-toilet. Ik kon mijn voorgerecht nog eens herbeleven, samen met veel aperitiefhapjes een grote pizza en een groot nagerecht. En de drie stukken taart van de namiddag. En het worstenbroodje van de middag. Alleen was alles nu minder appetijtelijk dan de eerste keer.

Ik dacht dat ik mijn lesje wel geleerd had die dag, maar gisteren bleek het tegendeel waar te zijn. Ik ben op de twee trappen die leiden naar mijn appartement naar boven gekropen, mijn vastklampend aan de trapwand. Ik had weer niet geluisterd naar mijn lichaam dat mij vertelde dat ik mijn grenzen moet kennen. Ik heb zelfs nog een extra portie pasta mee naar huis genomen. Maar daar blijf ik voorlopig af. Misschien vries ik het in voor mijn volgende verjaardag. Of misschien toch opnieuw Pizza Hut..

Permalink Laat een reactie achter

Hamsterhersenen for dummies

oktober 6, 2009 at 2:29 pm (Eten en diëten, Frustraties, Hersenspinsels) (, , )

Ik heb vandaag anderhalf uur non-stop okkernoten gegeten. En dan zou je misschien denken dat ik er minstens 184 op heb. Maar neen hoor, ik heb er maar 6 verorberd! Over mijn eerste noot heb ik zeker een half uur gedaan omdat ik ze niet open kreeg. Mijn collega Rita had mij een simpele techniek geleerd; je legt de noot gewoon op je bureau en steunt er dan op met je handpalm. Even goed drukken, en klaar is kees. Ze had er wel niet bij verteld dat je dan nog zeker tien minuten prutswerk hebt om die smeerlapjes uit hun schelp te krijgen. En dan was het werk nog niet gedaan. Als je ze kant-en-klaar koopt in de winkel, zie je niet dat er rond de witte noot nog een vliesje zit. Waarschijnlijk moet je dat er rond laten omdat daar alle vitaminen en voedzame stoffen inzitten en blabla. Maar het vliesje zorgt ervoor dat de noot lijkt op hamsterhersenen, dus ik koos er toch maar voor om het er af te prutsen. Met als resultaat dat mijn nagels vol minuscule stukjes okkernoot zaten en ik na een half uur zin had om de noten en mezelf door het raam van mijn bureau te smijten. Voor diegenen die het zich afvragen: ja, ik heb intussen ook nog gewerkt. Ik ben een vrouw, multitasken is my middle name.

Voor alle leuke dingen in het leven moet je moeite doen om ze uit een verpakking te halen. Een verlovingsring zit in een mooi doosje, geld bewaar je in een spaarvarken en voor de verrassing in de Kinder Surprise moet je je zelfs een weg banen door een papiertje én een laagje chocolade. Maar soms kunnen die verpakkingen, zoals vandaag, voor heel wat frustratie zorgen. Je kan je zeker nog wel een keer herinneren dat je gewoon het geduld niet kon opbrengen om rustig je verjaardagscadeau uit te pakken, waardoor het mooie inpakpapier (en misschien ook het cadeau zelf?) er met bruut geweld aan moest geloven. En ik wil niet eens weten hoeveel hartstochtelijke vrijpartijen abrupt gestopt zijn wegens het knoeien met de condoomverpakking.

Morgen staan de noten hier waarschijnlijk nog steeds op tafel. Als ik mijn bureau binnenloop, zie ik ze meteen staan. Ik weet dat ik er niet aan ga kunnen weerstaan. Omdat je altijd meer geniet hebt van het resultaat van iets waar je veel moeite voor gedaan hebt, neem ik mezelf voor om morgen een grote portie geduld mee te nemen naar het werk. Geduld en goede moed. Of een grote, dikke hamer, om die rotnoten gewoon mee tot moes te slaan.

Permalink Laat een reactie achter

Start To Shoe

oktober 5, 2009 at 3:19 pm (Eten en diëten, Frustraties, Sporten) (, , , , )

Ik heb ontdekt waarom mensen te weinig aan lichaamsbeweging doen: het is onmogelijk om er elegant uit te zien tijdens het sporten. Of toch zeker tijdens het lopen. Je kan proberen, maar het zal je niet lukken. Een mooie outfit, een flesje water van een cool merk, je haar perfect in een paardenstaart,… Allemaal leuke hulpmiddeltjes, goed geprobeerd maar toch nog steeds nul punten. Die outfit zal al snel vol zweetplekken en watervlekken uit dat coole flesje zitten, en je haar zal na vijf minuten lijken op een dode, natte rat die iemand tegen je hoofd gesmeten heeft. Zoals veel vrouwen wel weten, kan een outfit gemaakt of gekraakt worden door het bijpassende schoeisel. Maar ook daar kan je geen greintje hoop op vestigen. Dat heb ik het voorbije weekend zelf mogen ondervinden.

Een paar weken geleden besloot ik samen met een vriendin te beginnen aan een loopprogramma. Zij gaat Start To Run volgen, ik stelde zelf mijn eigen programma samen op de site van Asics. Tegen het nieuwe kalenderjaar moet en zal ik vier kilometer kunnen lopen in exact 32 minuten. Een heel ambitieus idee als je weet dat er momenteel een ambulance stand-by moet staan als ik nog maar dénk aan een minuutje rustig lopen. In de fitness is fietsen geen probleem voor mij, roeien lukt vlotjes en zelfs de treadclimber (what’s in a name?) kan ik makkelijk trotseren. Maar lopen lukt mij niet. Niet alleen mijn uithoudingsvermogen laat te wensen over, maar ook mijn loopstijl is niet om aan te zien. Ik wijd er niet graag over uit, maar laat ons zeggen dat ik er op de loopband meestal uitzie als een kruising tussen een huppelende hobbit en een schaap in galop. Maar elk excuus om nieuwe schoenen te gaan kopen is goed voor mij, dus begon ik aan het grote loopavontuur. Joepie, een nieuwe sportoutfit en leuke nieuwe schoenen! En die betere conditie wil ik er ook wel nog bijnemen.

Het afgelopen weekend had ik met mijn vriendin afgesproken om loopschoenen te gaan kopen. We waren superenthousiast en hadden op voorhand al besproken hoe onze perfecte schoen er moest uitzien. Zwart, subtiel, met niet te veel kleuren. Hij moest vooral niet opvallen, zodat we hem misschien nog konden dragen onder onze dagdagelijkse outfit. Met die voornemens liepen we de sportwinkel binnen. Ons enthousiasme voor het lopen verdween als sneeuw voor de zon toen we het aanbod zagen. Alle schoenen waren wit, gecombineerd met een lelijke fluo kleur. En die bobbelige hoge zolen, ik weet dat die nodig zijn voor steun en een goede loophouding, maar moeten die nu echt zo zichtbaar zijn? Het hele idee van sporten om, zoals in mijn geval, gewicht te verliezen, is zo tegenstrijdig. Je doet het om er beter uit te zien, maar terwijl je het doet zie je er slechter uit. Gelukkig waren er wel leuke broeken en topjes in de winkel, zodat we niet alleen met schoenen en teleurstelling naar buiten liepen. Maar toch… Uit pure frustratie zijn we in de Panos een groot stuk pizza gaan eten. Het heeft mij gesmaakt, maar vijf minuten later besefte ik dat ik nu extra lang zou moeten lopen om al die calorieën er terug af te krijgen. En om te lopen moet ik mijn nieuwe foeilelijke oranje schoenen dragen. Grrrrrrr. Evy, wanneer breng je nog eens een nieuw boek uit? Start To Ballet, is dat geen goed idee? Ik heb toevallig hele mooie ballerina’s zien staan in de winkel…

Permalink 1 Reactie

Liefde op de deurbel

oktober 4, 2009 at 4:59 pm (Goede dag, Ik ben) (, , , , )

Vanaf vandaag is mijn vriend officieel bij mij ingetrokken. In de praktijk woont hij hier al een maand, eind augustus zijn we samen naar Ikea (duh) getrokken om hem eindelijk wat opbergruimte te geven. Gedaan met alles over en weer meesleuren, geen “F*CK, ik moet mij scheren en mijn scheermachine ligt nog thuis!!!”-kreten net voor het slapengaan. Een week later was alles verhuisd, en sinds begin september delen we definitief lief, leed en de afstandsbediening. We hebben alle vakjes in onze kasten verdeeld, we zijn naar de bank gegaan om een gezamenlijke rekening te openen en staan nu elke ochtend om 7u30 met kleine oogjes naar elkaar te grijnzen met een mond, kin en badkamervloer vol tandpasta. Kortom, we wonen op alle vlakken samen. Behalve op het vlak van de deurbel, daar stond tot vandaag alleen mijn naam op. Maar sinds een uurtje geleden verwelkomen onze beide namen onze bezoekers. Een maand geleden hebben we nog al eens geprobeerd om de het naamkaartje te vervangen, maar dat liep iets minder goed af…

Vraag me niet waarom, maar we kregen toen om iets voor middernacht het geweldige idee om ons samenwonen officieel te maken. We trokken naar beneden met het nieuwe papiertje met onze namen op, een schaar, een schroevendraaier en veel enthousiasme. We gingen samen voor de bel staan en keken elkaar trots aan. Dit zou een belangrijk moment worden, hierna was er geen weg terug. De bel zou van ons een echt duo maken, samen onafscheidelijk onder hetzelfde dak. Drie minuten later voelden we ons helemaal één, maar dan als partners in crime die samen terug naar boven stormden, hand in hand en giechelend als een stel kleine kinderen. We waren té enthousiast geweest, en met het openen van het kleine deurtje voor onze bel hadden we per ongeluk alle bellen laten afgaan. En niet eventjes een klein piepgeluid, maar zeker vijf keer een oorverdovend lawaai, verspreid over het hele gebouw. Op het moment zelf schaamden we ons dood, maar een maand later kunnen we er nog steeds heel hard om lachen.

Mijn vriend en ik kennen elkaar al zeven jaar, en waren samen tijdens alle belangrijke fases van onze jeugd en jongvolwassenheid. Af en toe liepen onze wegen parallel van elkaar, dan waren ze weer mijlenver weg, soms kruisten ze elkaar. Dat laatste zorgde soms voor serieuze kettingbotsingen, maar nog vaker voor onvergetelijke vreugde. Ik zie ons verleden samen als de repetitie voor wat nu aan het gebeuren is. Onze relatie kwam er met wat vertraging, net als andere dingen die we samen doen. De deurbel, volgende maand een housewarmingparty ondanks het feit dat ik hier al een half jaar woon, de afwas die een paar dagen blijft staan… Maar ik vind dat niet erg. Het zit nu echt goed, en dat zou niet zo zijn zonder alle voorbije jaren die ons gevormd en gekneed hebben tot wie we nu zijn. En wie we nu zijn, zijn twee giechelende debielen die samen heel het gebouw op stelten zetten in het midden van de nacht, gewoon om aan de hele wereld te kunnen tonen dat ze samen horen.

Permalink 1 Reactie

Volgende pagina »